Hallo! Stel jezelf eens voor.

Hallo! Mijn naam is Amalia Van Meulder, ik ben 26 jaar en ben in juni afgestudeerd aan de modeopleiding van Syntra Antwerpen. Momenteel ben ik op zoek naar werk.

Wat heb je daarvoor gestudeerd?

Ik heb interieurvormgeving gestudeerd aan Sint-Lukas in Brussel. Daarna liep ik stage bij een eenmanszaak die gespecialiseerd is in glas in lood. Daar heb ik geleerd om glasramen van A tot Z te maken, renoveren en te installeren.

Dat was voor mij een heel leuke ervaring, omdat geen stage achter een computer wilde doen, maar echt hands-on aan de slag wilde gaan. Dat is iets wat ik heel graag doe: met mijn handen werken. Ik heb er een volledig ambacht geleerd, van begin tot einde. Daar ben ik eigenlijk tot de conclusie gekomen dat ik heel graag zelf dingen creëer en met mijn handen aan de slag ga.

Heb je er al eens aan gedacht om je eigen label op te richten?

Ja, dat is iets dat ik heel graag zou willen. Maar ik zou liever eerst werkervaring opdoen en het werkleven ontdekken. Ik ken het school- en stageleven, maar van andere administratieve taken weet ik nog niet veel.

Ik zou ook graag eerst een budget willen opbouwen, zodat ik later met wat meer financiële zekerheid mijn eigen label kan lanceren. Ik heb nog veel dromen waarover ik zelf nog niet helemaal uit ben.

Als je geen rekening moest houden met financiële zekerheid of andere drempels, waar zou je dan willen werken?

Dat is een heel moeilijke vraag. Veel mensen zouden waarschrijnlijk kiezen voor een heel bekend merk of groot merk, maar ik zou liever bij een kleiner bedrijf willen werken, waar ik echt mijn eigen zeg heb. Een groot label of merk interesseert mij niet echt. Dat is helemaal niet wat ik zou willen. In een kleiner bedrijf leer je ook meer, omdat je persoonlijker contact hebt met je collega’s. Het is minder oppervlakkig. In een kleiner team voel ik mij meer gehoord.

Ik ken iemand die bij Yves Saint Laurent heeft gewerkt. Zij stond daar in voor de volledige organisatie van mensen en reizen en zorgde ervoor dat iedereen op de juiste plek terechtkwam. Zelf was ze niet echt met het merk bezig, maar vooral met de organisatie errond. Het werk was daardoor niet meer gericht op het creëren zelf. Ze kon natuurlijk wel zeggen: ‘Ik werk daar’, maar uiteindelijk is ze toch gestopt, omdat de job har niet meer zoveel bijbracht.

Er zijn wel ateliers die mij aanspreken, zoals dat van Schiaparelli. Daar wordt heel gedetailleerd en veel met de hand gewerkt. Als ik echt een plek mocht kiezen, zou ik daar het liefst aan de slag gaan.

Maar vooral hands-on kunnen werken en persoonlijk contact hebben met collega’s vind ik een hele belangrijke. Ik wil echt kunnen zeggen: ‘Die parels op die jas heb ik er zelf opgenaaid.’

Wat was het allerleukste vak dat je kreeg op school, bij Syntra?

Dat hangt vooral af van de leerkrachten, vind ik. Maar ik denk toch wel het ontwerpvak, omdat we daar veel vrijheid kregen. We hebben ook twee collecties gemaakt: een creatieve en een commerciële collectie. Voor de creatieve collectie maakte iedereen tien stuks en voor de commerciële collectie twaalf.

Dat was enorm veel werk, maar ook heel leuk, omdat je je eigen creaties tot leven ziet komen en ze op de modeshow kunt tonen. Die modeshow, die plaats vond in de Handelsbeurs, hebben we bovendien zelf georganiseerd. Vooral het hele proces en het moment waarop je je ontwerpen echt tot leven ziet komen, vind ik het leukste.  Ik behaalde ook goede punten voor patroontekenen, maar dat was niet het vak waar ik het meest enthousiast van werd. Het hoorde er gewoon bij.

Waarop waren je creaties voor de modeshow op gebaseerd?

Mijn creatieve collectie was geïnspireerd op de Maasai-stammen en de Zuid-Koreaanse kunstenaar Do Ho Suh. Die heeft de ruimtes waarin hij tijdens zijn leven heeft gewoond, nagebouwd in fijne stoffen. Van de zetels tot de kleinste knopjes: hij heeft alles nagemaakt.

Ik heb de zware stoffen van de Maasai gecombineerd met de fijne stoffen van Do Ho Suh om een gevoel van transparantie te creëren. Dat contrast was heel interessant om mee te werken. Ik heb ook de cirkels van de Maasai, die onder meer terugkomen in hun cirkelvormige sieraden, in mijn collectie verwerkt. De parels zelf waren heel moeilijk te vinden, dus heb ik enkel de vormen ervan gebruikt en die doorgetrokken in mijn creatieve collectie.

Mijn commerciële collectie was gebaseerd op een schilderij van mijn oma. Ze had ooit gedroomd over haar beste vriendin, die aan het vergaan was. Daardoor was één helft van haar gezicht heel esthetisch en mooi, terwijl de andere helft volledig vervormd was in organische vormen. Ik heb me vooral laten inspireren door die organische vormen en ze in mijn ontwerpen laten terugkomen.

Het waren twee uiteenlopende ideeën en collecties, maar het was zeer leuk om ze allebei tot leven te brengen.

Wat is het moeilijkste aan het proces, van idee tot creatie?

Ik denk dat vooral het vinden van het juiste idee moeilijk is. Ik heb heel lang over mijn denkproces gedaan. Het was moeilijk om beslissingen te nemen en echt één idee te kiezen. Ook vond ik het lastig om in te schatten welke schetsen wel of niet goed waren. Soms kan ik daar heel lang over blijven nadenken, om uiteindelijk plots met iets helemaal anders te komen. En dan valt alles ineens op zijn plaats.

Het moeilijkste vond ik om al na te denken over de tien verschillende stukken. Mijn leerkracht heeft me daarin begeleid. Hij zei dat ik eerst met de eerste drie schetsen moest beginnen en dat de andere stukken tijdens het proces vanzelf wel tot leven zouden komen. Maar ik vond het moeilijk om het idee los te laten dat ik mijn eerste tien ontwerpen nog niet had.

Stapgsgewijs te werk gaan, vond ik dus heel uitdagend. Ik heb echt geleerd om verschillende dingen door elkaar te doen. Soms kan ik een grote controlefreak zijn en denk ik: ‘Dat moet hier allemaal eerst op papier staan.” Mijn leerkracht heeft me geleerde om dat los te laten en stap voor stap te werken. Mode is ook subjectief, dus het is goed om de mening van iemand anders te vragen. Zo krijg je een andere kijk op je werk.

Wat is jouw tip voor andere studenten?

Je moet je portfolio vanaf het begin heel goed opbouwen. Nu besef ik pas echt dat een portfolio toont wie je bent. Het is ook heel belangrijk om alles te documenteren. Maak mooie foto’s, probeer samen te werken met studenten die fotografie studeren en organiseer fotoshoots. Zo kun je je eigen collecties en creaties mooi in beeld brengen.

Bij Syntra hebben we kunnen samenwerken met fotografen. Van mijn creatieve collectie heb ik mooie foto’s van een fotoshoot, maar van mijn commerciële collectie nog niet. Dat merk ik ook in mijn portfolio: er ontbreekt iets. Dat vind ik jammer, want je portfolio toont ook wie je bent. Het is dus superbelangrijk om er zoveel mogelijk van je creaties in op te nemen.

Daarnaast is het belangrijk om te beseffen dat je soms dingen moet doen die je zelf minder leuk vindt. Ik vond patroontekenen heel leuk, maar soms dacht ik ook echt: ‘Hier heb ik helemaal geen zin in.’ Achteraf gezien ben ik heel blij dat ik dat ook heb geleerd.

En mijn laatste tip: maak veel connecties. Ik heb zelf meegedaan aan de Fashion Design Week van Antwerpen. We hebben ons met zes klasgenoten ingeschreven en dachten dat we er nooit zouden geraken. Uiteindelijk mochten we toch deelnemen. We werden uitgenodigd op evenementen waar we veel bekende mensen hebben leren kennen.

Dat was een mooie ervaring, omdat je op die manier ook vanuit een ander perspectief naar bepaalde zaken leert kijken. Als beginnende ontwerper is het bovendien leuk om deel te nemen aan modeshows die door jongeren worden georganiseerd. Zo kun je meer zichtbaarheid krijgen en misschien zelfs ontdekt worden.