Oud is goud

Wij kregen de kans om een schoolcursus mode dat 95 jaar oud is te bewonderen! Dit boek is in het bezit van ‘Kotje der herinnering’, een privémuseum te Kalmthout. De vergeelde bladzijden, handgetekende patronen en sierlijke kalligrafie voelden als een reis terug in de tijd. Eén blik op de foto’s — zoals de voorbeelden hiernaast — laten zien hoe ‘anders’ modeonderwijs vroeger was, maar het toont vooral hoeveel vakmanschap, precisie en geduld er bij het vroegere modevak kwam kijken.

Oude modeboeken zijn waardevol

Het bewonderen van een boek dat bijna een eeuw oud is, voelt alsof je mee over de schouder van een vroegere modeleerling kijkt. Deze documenten:

  • bewaren ambachtelijke kennis
  • laten vergeten technieken zien
  • tonen hoe trends en silhouetten evolueerden
  • herinneren ons eraan hoe nauwkeurig en tijdrovend mode maken ooit was

In een tijd waarin mode steeds sneller en digitaler wordt, helpen deze boeken ons het vakmanschap te blijven waarderen.

We laten je graag een stukje meelezen! We typte de pagina ‘kort frakje’ helemaal voor je uit:

Om deze te maken heeft men zoals voor den lossen mantel het voeringlijf nodig, dit model is hedendaagse mode. Men tekent het voorste af met de lengte, waarna men het punt zet. Om nu de breedte aan te duiden meet men de heupen (tamelijk los). Men verdeelt deze in 4 en zet een punt rechts van de lengte af, 1/4 der heupen +2 cm voor het voorste en voor den rug 1/4 der heupen -2 cm. Nu vereenigt men het armsgat aan het punt der heupen door een rechte lijn. Men meet overal van in de lenden dezelfde lengte. Om dit model te bekomen moet men een groote overslag aan brengen. Doch deze moet onder ’t is te zeggen, van in de lenden meer zijn dan boven zoniet dan zouden de revers te groot zijn. Indien men boven 1/8 aan het voorste aanbrengt en in de lenden 1/4 dan heeft de revers een goede groote en in de overslag grooter van in de lenden. Men vereenigt het punt 1/8 aan 1/4 door een weinig gebogen lijn en trekt verder tot de lengte welke men hebben moet. De rug tekent men af en legt midden rug tegen de rechte lijn, de kleine zijde legt men de naast en meet de lengte en breedte af zoals bij het voorste.

1
2
3
4
5
1

100 jaar geleden heette de opleiding ‘moderealisatie’ nog ‘naai- en snijkunde’.

2

Dit boek komt van de modeschool in Wortel. Deze school werd bestuurd door Leopoldine Van Haute.

3

De jongeren schreven toen zelf nog de lesteksten met vulpen in het boek.

4

Als er tijd over was in de les, knipte de studenten voorbeelden van de kledij uit modeblaadjes en plakte deze in hun cursus.

5

De hulplijnen van de miniatuurtekeningen tekende ze met potlood, en overtrokken ze met rode stift.
De patroondelen tekende ze enkel met potlood voor een goed contrast.

Mode leren in de jaren ’20–’30: een ambacht in pure vorm

In de eerste helft van de 20e eeuw was modeonderwijs vooral gericht op het begrijpen van het lichaam en het handmatig construeren van patronen. Studenten leerden:

  • patronen tekenen met potlood, kroontjespen en liniaal
  • lichaamsmaten omrekenen naar geometrische vormen
  • kledingstukken analyseren alsof het architectuur was
  • nauwkeurig schrijven en noteren om patronen exact te kunnen reproduceren

De teksten in oude modeboeken zijn vaak technisch en uitgebreid, zoals het fragment op de foto. Er werd beschreven hoe elk onderdeel moest worden opgemeten, verdeeld, hertekend en gecorrigeerd. Alles gebeurde met de hand, soms op basis van wiskundige verhoudingen. Een goede kleermaker was dan ook een wiskundige, kunstenaar en vakman tegelijk.

De rol van illustraties

Zoals op de pagina hierboven te zien is, waren tekeningen essentieel. Als er tijd over was in de les, knipte de studenten voorbeelden van de kledij uit modeblaadjes en plakte deze in hun cursus. Mode-illustraties dienden niet alleen ter inspiratie, maar waren ook een vorm van communicatie: een manier om zonder woorden te laten zien hoe een kledingstuk hoorde te vallen, waar plooien zaten of hoe een silhouet eruit moest zien. Dit was lang vóór digitale foto’s, flat sketches of technische fiches — de tekening was het design.

De evolutie naar modern modeonderwijs

Vandaag ziet modeonderwijs er heel anders uit. Patronen tekenen is er nog steeds, maar het wordt aangevuld met digitale tools:

  • CAD-programma’s voor patroonontwerp
  • 3D-simulaties om pasfouten en de val van de stof digitaal te testen
  • industriële machines en productielijnen
  • lessen over duurzaamheid, collectieontwikkeling en branding

Waar studenten vroeger eerst jarenlang technieken oefenden vóór ze iets konden maken, kunnen beginnende ontwerpers nu binnen enkele dagen digitale prototypes creëren.

Toch blijft één element hetzelfde: mode leren begint nog altijd met kijken, begrijpen en experimenteren. Oude boeken tonen hoe diep dat proces geworteld is in onze geschiedenis.